Er zijn op dit moment weinig mensen die zouden willen ruilen met Nout Wellink, de directeur van De Nederlandsche Bank. Een meerderheid van de bevolking is voor het vertrek van deze topman, omdat hij in ieder geval op twee momenten nagelaten heeft voldoende toezicht te houden op het Nederlandse bankenstelsel. Landsbanki en DSB hebben beide onterecht een vergunning gekregen en daarom moet Wellink zo snel mogelijk opstappen. Dit is de bijl aan de wortel van de ontwikkeling van leiderschap. Moeten we Wellink niet de kans geven zijn eigen rommel op te ruimen?
Er is een nieuwe werkelijkheid ontstaan toen de kredietcrisis uitbrak. De bomen bleken niet tot in de hemel te groeien. Geld dat binnen leek te klotsen, bleek grotendeels virtueel. De keizer bleek geen kleren aan te hebben. Wat iedereen in het verhaal verzuimt heeft, is om externe risicofactoren zo veel mogelijk te minimaliseren. Nu geven alle actoren in het spel elkaar de schuld en moeten er koppen rollen.
Afgelopen week heeft Wellink toegegeven dat er fouten zijn gemaakt en dat hij daar medeschuldig aan is. De vraag is nu: Wie loopt er harder? De medewerker die nieuw bij een bedrijf binnenkomt om een puinhoop op te lossen waar hij zelf niets aan kan doen en die met argusogen wordt bekeken door de volledige organisatie waar hij binnen loopt? Of kan een verbeterslag misschien beter worden doorgevoerd door iemand die de fouten heeft gemaakt, die toegeeft en vervolgens dag en nacht werkt om ervoor te zorgen dat het nooit meer voorkomt?
Zoals iedere specialist in een ziekenhuis zijn kerkhof heeft, zo maakt iedere ondernemer, iedere directeur en iedere werknemer fouten. Leiderschap ontwikkelt zich door fouten, door er evaluerend achter te komen dat je iets in het vervolg beter kunt oplossen dan je het tot nu hebt opgelost. Helpt een leider de problemen oplossen die hij zelf heeft helpen veroorzaken? Je kunt natuurlijk ook iemand anders met de troep laten zitten. Is dat verantwoordelijkheid nemen?
Goed verhaal dat mij in ieder geval van mijn primaire reactie heeft afgebracht. Dank!